Close

18 augustus 2015

Faalangst

Voor mij zit een jonge vent, net 21. Hij heeft dringend hulp nodig, zei hij door de telefoon. Hij heeft namelijk nog maar één kans om een tentamen te halen uit de propedeuse. Niet halen betekent onherroepelijk de school verlaten. Hij vertelt zijn verhaal, half besmuikt, schaamt zich en vindt het lastig. Begonnen op het gymnasium, uiteindelijk HAVO afgemaakt via het VAVO, het opvangnet voor mensen die het in de reguliere tijd op de middelbare school niet halen. Nu voor de tweede keer een poging op een HBO.

Hij heeft naast zijn studie een klein internetgerelateerd bedrijfje opgezet. Als hij daarover vertelt, komt er vuur en enthousiasme. Hij is trots op zijn 30000 bezoekers per week. En elke week een groei met ongeveer 50 nieuwe bezoekers. Leuk en simpel concept. Zelf verzonnen, verder ontwikkeld.  Aan drive en ambitie ontbreekt het niet, evenmin aan intellectueel vermogen. En qua prioriteit gaat zijn studie echt wel voor, verzekert hij me, nog voor ik daar een vraag over heb.

Dan gaat het gesprek over wat hem nu eigenlijk wèl in de weg zit om dat examen te halen. Hij weet het eigenlijk niet. Hoe dat dan tijdens dat tentamen telkens gaat, vraag ik. Hij voelt de druk toenemen als hij bepaalde vragen echt niet weet. Hij komt er ook tijdens het examen niet meer op. Dan gaat hij zich zorgen maken. Weer gaat de hand voor zijn mond. Hij durft me bijna niet aan te kijken. Als ik hem vraag naar wat ie nu het ergste vindt als ie het tentamen niet haalt, zegt hij: ik wil laten zien dat ik kan presteren. Ik vind het vervelend dat mijn ouders dan nog langer moeten betalen voor mijn studie, want ik wil niet opgeven en ga dan naar een andere school om weer opnieuw te beginnen. Ik weet dat ik het kan, maar geloof het niet meer als ik die vragen zie die ik niet kan beantwoorden en dan zakt de moed me in de schoenen.

Wie maakt die druk nu eigenlijk?, vraag ik hem. Ik ga achter hem staan, vraag of ik hem mag aanraken en duw hem in zijn stoel naar beneden. “Zo voelt de druk ongeveer”, zeg ik: “wat vind je daarvan?”. Hij bevestigt. Het zit ook in zijn buik en als het eenmaal begint, komt ie er niet meer vanaf. En wie maakt die druk nu eigenlijk? Het antwoord komt voorzichtig…”Ja, dat doe ik denk ik helemaal zelf. Maar hoe kan ik dat dan anders doen?”

Als je zelf druk kunt bouwen, wat kun je dan doen om zelf die druk tegen te gaan? vraag ik. Ik laat het hem opschrijven. Hij leest me even later voor:
–       ik doe het niet voor een ander, maar voor mezelf
–       ik ga het gewoon doen als elk ander tentamen: voldoende voorbereiden, gewoon doorgaan
–       als ik het niet haal is het niet het einde van de wereld

Dat lijkt me een mooi anker als je het elke dag even terugleest. Hij is blij en vond de sessie nuttig.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *